in de benedenloop
van het leven
rollen geen tranen
om dartele zonden
beven de vingers niet
meer van angst

staan wij als mannen
slechts fier rechtop
in de vale wind
slaakt herinnering
een schrille kreet

kijken we terug
steeds minder vooruit
dit zacht gekabbel
maakt mij stom en stil
verlangend naar branding
jeugdige woede

voor ik de delta bereik
nog een keer stormen
de kade neerslaan
volop breeduit

stroming voelen
zoals ooit bij de bron

vorige | volgende