blog

Inzicht

Zoals gebruikelijk ga ik na een uitvaart nog eens op bezoek bij de familie van de overledene om te horen hoe het gaat en hoe ze alles beleefd hebben rond het afscheid. Zo ook vanmiddag, ik ga op bezoek bij een schoondochter die voor haar schoonmoeder zorgde en daar een intense tijd mee heeft gehad. Het egeltje dat ik bij me heb is voor de kinderen, als aandenken aan het verhaal dat ik schreef voor oma.

We hebben een gesprek over hoe dat dan gaat in een familie zo na een uitvaart, nog samen opruimen en dan gaat toch iedereen ook weer zijn of haar eigen weg en de dagelijkse dingen staan dan weer voorop. Het is fijn om elkaar even te zien na een paar weken en opnieuw gewoon even stil te staan. Hoe heb je het beleefd, welke plek neemt het nu voor je in na de intensieve tijd die er was. Het zijn van die vragen die even rust en ruimte geven voor reflectie, maar ook om even stil staan bij wat er voor iemand persoonlijk is gebeurt.

De koffie is vers en warm en dat is het gesprek ook. De jongste dochter zit bij ons aan tafel, dit gezin deelt met elkaar en dat kan ook met iemand van net acht. Ze is helder over hoe ze het beleefd heeft allemaal, deze jongste, hoe het ging weet ze nog heel scherp en wat ze fijn vond en wat niet kan ze goed onder woorden brengen.

Moeder vertelt dat ze voor elkaar en voor de wensen voor het komende jaar een wensballon gaan oplaten met oud en nieuw. Er is zoveel gebeurd de laatste jaren. Ja, het is het seizoen voor wensen en reflectie en mooie voornemens. Ze wenst duidelijk iets voor het gezin als totaal en ik ben nieuwsgierig wat deze vrouw voor zichzelf zou wensen. Zo gericht op de anderen en zo weinig op zichzelf. Als ik het haar vraag is het even stil en wenst ze: delen met elkaar en in verbinding zijn met elkaar.

Als ik het haar dochter vraag weet zij direct dat het over wensen voor het leven gaat in plaats van kerstcadeaus en vertelt ze wat ze echt voor zichzelf wenst: het is een beeld van haar toekomst en het ligt ook nog een paar jaar van haar af. De wijsheid waarmee ze antwoord raakt me en het raakt moeder ook zichtbaar. Het is heel stil… Moeder weet het nog niet voor haarzelf, hoeft ook niet, ze mag nog wennen aan zonder zorgen te zijn voor oma, maar ze werd duidelijk aan het denken gezet door het inzicht van haar dochter.

’s Avonds krijg ik een appje: ik weet het nog niet, maar ik geloof dat je iets geraakt hebt dat belangrijk voor me is, dus ik loop er nog mee in mijn hoofd. Ik weet het antwoord nu niet, maar weet zeker dat dat wel gaat komen, dankje voor de vraag.

Ik houd van mijn werk, want deze cadeautjes komen vaak langs in coachgesprekken of gesprekken over de dood. Een moment waarop inzichten ontsloten worden gewoon door oprechte nieuwsgierigheid en een beetje hulp van wat er op dat moment is.

De Brief

Ik heb ijskoude vingers.

(Maar ze trillen niet. Dat nooit!)

 

Ik schrijf een ijskoude brief,

een brief zó koud dat de lucht rondom de brief

bevriest.

 

Ik sta voortdurend op

om elders adem te halen.

Alles wat ik schrijf is waar.

 

Halverwege de brief schrijf ik plotseling,

na een lange, ijskoude opsomming:

“En toch,….”

Waardoor de brief ontdooit

en ongelezen wegstroomt

naar de zee.

 

© Toon Tellegen

Beeldende herinnering

Ik sta aardappelen te schillen, zet een komkommer in het zuur en ben even terug in Friesland tijdens een van mijn jaarlijkse logeerpartijen. Ik denk aan een oude tante, de tante van mijn moeder om precies te zijn. Zo’n tante met een rechte rug, een stoere blik en een grote knot met een vlecht erom heen: een fier mens.

Ik zie haar nog lopen en fietsen: rechtop in de Friese wind, een vrouw als een vesting: je kon er altijd op bouwen. Op een morgen was de knot er nog niet toen ik in de keuken kwam en zag voor het eerst de kwetsbaarheid. Jonger en toegankelijker leek ze. Ik zou haar nog wel eens willen zien in die kwetsbaarheid.

Zolderlucht

Het ruikt een beetje vreemd, de rode doos staat achter in de kast. Het is een ronde hoge doos, hij ruikt echt een beetje bijzonder. Ik probeer hem te pakken en ik rek me flink uit naar de een na bovenste plank. Ik moet er voor in de kast klimmen. Hoor ik niets op de trap of op de gang? Ik mag hier niet zijn, maar wil zo graag weten wat er in die rode doos verborgen is. De geur is oud en de doos voelt een beetje ruw, er is een hoekje van het papier los, de doos is eigenlijk gewoon van bruin karton. Het is een dikke soort papier, maar het geeft een rijk gevoel. Er moet iets bijzonders in deze doos zitten, dat kan niet anders. De plek waar hij staat geeft al aan dat er iets speciaals is met hem. Achterin de linnenkast bewaar je alleen de verstopdingen. Je kostbare schatten die niemand mag zien.

Ik verstop de pepermuntjes die ik ‘s ochtends in bed krijg van pake ook, zodat ik, als iedereen beneden is, in bed even kan zuigen en denken dat ik bij pake in bed lig. Lekker veilig samen in bed en niet alleen.

Dit is vast ook zo iets, een mooie doos met iets erin voor als je stiekem wilt denken aan iets anders. Ik pak de doos voorzichtig, hij weegt bijna niks. Hij zal toch niet leeg zijn? Een lege doos verstop je toch niet achterin de kast? Als ik hem te pakken heb, ga ik op de grond zitten. Ik probeer het ronde deksel voorzichtig op te tillen. Dat is niet zo gemakkelijk met mijn handjes. Ik trek en beweeg de deksel langzaam omhoog. Het lukt!!

Een stuk papier… Huh… dat is flauw zeg. Wel fijn ritselpapier, het is zacht en veert terug als ik er op duw. Er zit iets onder… ieks!!! Harig spul onder het papier. Een dood beest! Ik gil en mama komt aangerend. Ze ziet wat ik gedaan heb en dat ik geschrokken ben. Ik mag het vossenvel even aaien en ik voel hoe de paarse stof in de mof om mijn handen zit als ik ze erin gestoken heb. Dat is best fijn, ik wriemel wat met de paarse stof en dat ruikt ook al zo vreemd. Ze heeft ook nog een stola van dat rare spul, bovenin die kast!

Stiekeme plekken met oude spullen, spullen die ruiken naar stof en oude tijd. Ik zou het liefst op zolder wonen bij pake. Spannende verstopdingen vinden en ontdekken dat het ooit gewone gebruikdingen waren uit een tijd voor de mijne.